Feminisme voor mannen: wat heb jij 👨🏼‍🦰 eraan?

Het klinkt tegenstrijdig: feminisme voor mannen. Feministen, dat zijn toch vrouwen die demonstreren met ‘baas in eigen buik’-borden? Feministen haten mannen and want to see them suffer, toch? Nee dus. Feminisme betekent ook: meer vrijheid voor mannen om zichzelf te zijn.

Want dat is wat feminisme betekent: het idee dat elk mens van gelijke waarde is, ongeacht hun geslacht of genderidentiteit*. Vanaf het moment dat je wordt geboren, wordt je genderidentiteit gevormd door allerlei opvattingen die er in jouw cultuur bestaan over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Als je als Nederlander geboren wordt met een vulva**, is de kans groot dat je zorgzame, ‘vrouwelijke’ kant wordt gestimuleerd door je bijvoorbeeld een pop te geven om mee te spelen. Als je geboren wordt met een penis, zul je eerder uitgedaagd worden om ‘mannelijke’ dingen te doen, bijvoorbeeld voetballen of met autootjes spelen. Zo worden voorkeuren, of die nu aangeboren zijn of niet, automatisch versterkt en leer je als man om je mannelijk te gedragen en als vrouw om je vrouwelijk te gedragen.

Is dat erg? Niet per se. Elke cultuur en elke familie heeft opvattingen over het leven, of je je daar nu bewust van bent of niet. Je wordt hoe dan ook beïnvloed door de wereld om je heen. Dit is onvermijdelijk en het helpt je om te functioneren in de maatschappij. Tegelijkertijd is het wel zo dat je door die opvattingen als vrouw vaak weggezet wordt als ‘bitch’ of ‘hard’ wanneer je een zakelijke carrière nastreeft en als man gauw als ‘zwak’ of ‘homo’ wanneer je zorgzaam bent. Dat is een slechte zaak, want daarmee doe je af aan iemands waarde als mens.

Wanneer je je als man uitspreekt voor het gelijkwaardig behandelen van mannen en vrouwen (feminist bent, dus), help je daarmee niet alleen de vrouwen om je heen. Je geeft ook jezelf toestemming om niet altijd maar te hoeven voldoen aan de hoge eisen die onze maatschappij oplegt aan mannen en mannelijkheid. Je hoeft niet altijd sterk te zijn, je hoeft geen grootse carrière na te streven en je mag huilen. Dit is ook feminisme, dit is ook gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.  

Afgelopen zomer las ik Ongetemd leven van de Amerikaanse activist en feminist Glennon Doyle. Daarin vertelt zij dat ze haar zoon en diens vrienden aanmoedigt tot open gesprekken, wanneer zij in de auto naar voetbaltraining zitten: “Laten we onze jongens en hun vrienden vragen naar hun gevoelens en relaties, naar waar ze op hopen en waar ze van dromen. Anders zijn ze straks mannen van middelbare leeftijd die alleen met elkaar durven praten over sport, seks, nieuws en het weer. Laten we onze jongens opvoeden tot volwassenen die het leven niet alleen hoeven te dragen.”

Dat is feminisme voor mannen: schijt hebben aan wat de maatschappij om je heen vindt van jouw (gebrek aan) mannelijkheid en helemaal jezelf durven zijn.

Nog niet overtuigd dat ook jij feminist bent? Bedenk dan hoeveel gelukkiger jij zal zijn als de vrouwen in jouw omgeving:
💶 evenveel betaald krijgen als mannen;
🚫 niet meer worden lastiggevallen door mannen aan wie ze geen toestemming hebben gegeven om hen aan te raken en
🧽 niet meer de druk voelen om het leeuwendeel van de huishoudelijke taken op zich te nemen, puur en alleen omdat ze een vulva hebben.

Ps. Stem op een vrouw, 17 maart!

* Geslacht houdt in: met welke voortplantingsorganen je geboren bent. Genderidentiteit betekent: hoe jij jezelf identificeert: als man, als vrouw of anders. Het woord ‘gender’ wordt meestal uitgesproken als ‘dzjender’, maar kun je ook op zijn Nederlands uitspreken, met een harde g.

** De vulva zijn alle uitwendige genitaliën van de biologische vrouw, dus: de venusheuvel, de buitenste en binnenste schaamlippen, de clitoris, de vagina- en urethra-uitgang en het perineum. Als je niet precies weet wat al die onderdelen zijn: Google Afbeeldingen is je beste vriend. No shame.

Fast fashion wallace chuck taalgeek tekstschrijver Utrecht

Nieuwe kleren kopen? Vermijd fast fashion!

In mijn blog over eerlijke kleding noemde ik het al: fast fashion. In deze blog leg ik je uit wat dat is en waarom je het beter kunt vermijden. Wil je meteen weten hoe je dat kunt doen? Scroll naar beneden!

Je zou denken dat fast fashion (letterlijk: snelle mode) verwijst naar hoe snel consumenten nieuwe kleding kopen, gebruiken en weer wegdoen. Het woord fast verwijst echter niet naar hoe snel de kleding geconsumeerd wordt, maar naar de snelheid van het productieproces: binnen een paar weken gaat een kledingstuk van ontwerp naar productie, op transport en de winkel in om verkocht te worden. Het voordeel van zo’n snelle productieketen is dat bedrijven snel kunnen inspelen op nieuwe trends. Er worden dus constant nieuwe, trendy kledingcollecties geproduceerd.

Ultra fast fashion

Het eerste grote modebedrijf dat fast fashion produceerde was Zara. Zij kregen het voor elkaar om binnen een paar weken een nieuw idee de winkelrekken in te krijgen. Tegenwoordig zijn er bedrijven die het nóg sneller kunnen: ultra fast fashion van bijvoorbeeld Fashion Nova, Prettylittlethings en Boohoo. Alles wordt online verkocht, om snel in te kunnen spelen op de nieuwste modetrends.

Wat is er mis met snelheid?

Het probleem van fast fashion is dat het slecht is voor de wereld en voor de mensen die het maken. Fast fashion zorgt er namelijk voor dat we veel meer kleding gaan kopen dan we eigenlijk nodig hebben. We willen meedoen met alle trends, dus kopen we niet meer elk seizoen, maar elke maand nieuwe kleding – of nog vaker.   

Om zo snel en zo vaak nieuwe kleding te produceren voor zo’n lage prijs, worden mensen uitgebuit. Ze krijgen een veel te laag loon om van te kunnen leven (dit legde ik ook uit in mijn vorige blog) en ze moeten lange dagen extreem snel werken om de kleding op tijd klaar te hebben.  Daarnaast kost de productie van kleding ook grondstoffen zoals katoen, water en chemicaliën. Dat niet alleen, jouw kleding moet getransporteerd worden van de fabriek naar de winkel of naar jouw huis. Daarmee wordt CO2 uitgestoten.

Tips om fast fashion tegen te gaan

Elk kledingstuk dat je koopt, heeft dus een negatieve impact op de aarde. Die impact kun je verminderen door minder (vaak) kleding te kopen en meer duurzaam en eerlijk geproduceerde kleding te kopen.

Zo bereik je dat:
– Door mee te doen aan The No Buy Challenge en een (half) jaar geen nieuwe kleding meer te kopen; 
– Koop alleen kledingstukken die je écht leuk vindt en waarvan je weet dat je ze waarschijnlijk vaak zult dragen. Geen hypertrendy, modegevoelige stukken die je volgend jaar niet meer leuk vindt dus;
– Door je kleding minder vaak te wassen. Zo gaan kledingstukken langer mee en hoef je minder vaak iets nieuws te kopen;
– Koop kleding van goede kwaliteit, die lang meegaat, zodat je minder vaak nieuwe kleding hoeft te kopen;
– Ga hierbij niet alleen af op de prijs van kleding! Dat kleding duurder is, betekent niet per se dat het eerlijk is geproduceerd of van betere kwaliteit. Gebruik de Goodonyou-app of website;
– Maak er geen gewoonte van om kleding online te bestellen en weer terug te sturen. Bestel gericht, zodat kleding niet onnodig vaak getransporteerd hoeft te worden. Daar wordt het milieu niet beter van.

Meer weten?

Emy Demkes doet als journalist al jaren onderzoek naar de productie van kleding. Haar stukken kun je onder andere lezen op De Correspondent en Oneworld.

Eerlijke kleding: wat is het en waarom is het belangrijk?

Eerlijke kleding is kleding die gemaakt is door mensen die daar een eerlijk loon voor krijgen. Misschien heb je het label van je T-shirt of jeans wel eens bekeken om te zien hoe heet je ‘m kon wassen. Op dat label staat ook in welk land het kledingstuk gemaakt is, bijvoorbeeld Made in Turkey of Made in Thailand. Op het label van de H&M-broek die ik momenteel draag, staat ‘Made in China’.

Wat betekent dat?

Iemand in China heeft in een fabriek gestaan en mijn broek genaaid. Volgens schonekleren.nl krijgt diegene het Chinese minimumloon. In Nederland betekent ‘minimumloon’ dat je niet veel geld hebt, maar wel eten, kleding en een dak boven je hoofd. In China is het minimumloon echter veel minder dan een leefbaar loon, aldus de Schone Kleren Campagne. Bovendien werken de mensen in de fast fashionindustrie gemiddeld 6 dagen per week, 10 uur per dag in onveilige en soms onmenselijke omstandigheden.

Iemand in China heeft zich dus helemaal kapot moeten werken om mijn broek te maken. Dat is niet eerlijk.

Investeren in een eerlijke kledingkast

Ik wil niet meewerken aan de uitbuiting van mensen zodat ik goedkoop aan kleding kan komen. De persoon in China die mijn broek heeft gemaakt, heeft net zoveel recht op een eerlijk loon voor haar werk als ik. Maar hoe kan ik ervoor zorgen dat ze dit ook krijgt?

Het eerste dat je kunt doen, is je realiseren dat kleding nu eenmaal geld kost. Dertig euro voor een broek en vijftien euro voor een shirtje zijn geen realistische prijzen. Helaas. Andere mensen lijden eronder als kleding zo goedkoop is. Dat wil je niet. Je moet dus bewuster keuzes gaan maken en kleding gaan zien als iets waarin je investeert en waar je lang plezier van gaat hebben. Niet als iets wat na een seizoen weer weg kan. Ik kocht bijvoorbeeld een broek van €120,- van het Amsterdamse kledingmerk Kings of Indigo. Duur, maar hij zit perfect en hij zit nog lekkerder omdat ik weet dat ‘ie eerlijk(er) is geproduceerd.

Praktische tips voor een eerlijke kledingkast

Wil je eerlijke kleding kopen?
– Ga dan naar goodonyou.eco wanneer je in een winkel staat en check hoe het kledingmerk waar je iets van wil kopen z’n producten laat maken. Gebeurt dat niet op een eerlijke manier, dan weet de Goodonyou-app altijd wel een leuk vergelijkbaar merk dat wél eerlijk produceert;
– Shop online eerlijke kleding via Project Cece.

Kun je, net als ik, niet aan elk kledingstuk €120,- uitgeven? Koop dan tweedehandskleding! Alles eerlijk kopen zou natuurlijk het fijnst zijn, maar dat laat je budget nu eenmaal niet altijd toe. De meeste van mijn tweedehandsjes zijn helaas van fast fashionmerken, maar door ze tweedehands te kopen, zorg ik ervoor dat die kleding geen wegwerpproduct meer is maar een waardevolle toevoeging aan mijn kledingkast, waar ik nog langer plezier van kan hebben. Tweedehandskleding vind je:
– in een kringloopwinkel;
– in vintagewinkels;
– op een kledingruil;
– online, bijvoorbeeld via United Wardrobe of Vinted;
– in een kledingbibliotheek, waar je kleding kan huren, bijvoorbeeld voor een gala.

Je kledingkast gaat niet van de ene op de andere dag eerlijk worden. Het is echter wel de moeite waard om tijd en geld te investeren in eerlijke kleding, want zo zorgen we samen voor een eerlijk loon voor iedereen.

Meer lezen over eerlijke kleding? ⬇️

Dit is waarom je in 2020 moet stoppen met het kopen van zoveel kleren
Wat is fast fashion eigenlijk?
– De schone kleren campagne
– Hier koop je eerlijke kleding
– Zo werkt de Good on you-app
– The No Buy Challenge: een half jaar geen kleding kopen

Neem de klimaatcrisis net zo serieus als corona

De klimaatcrisis is net zo ernstig als de coronacrisis. We voelen het alleen niet.

In maart dit jaar overspoelde corona ons land, met zieke en dode mensen tot gevolg. Binnen de kortste keren zaten we met z’n allen binnen, werden we toegesproken door de koning én de premier en werden operaties uitgesteld om coronapatiënten te kunnen opvangen in het ziekenhuis.

Verregaande maatregelen om een urgente crisissituatie onder controle te krijgen. Logisch.

Gisteren bekeek ik de speech van Greta Thunberg bij de Verenigde Naties en dacht: waarom nemen we niet net zulke verregaande maatregelen om de klimaatcrisis onder controle te krijgen? Is die minder urgent?

“Mensen lijden, mensen sterven, ecosystemen vergaan en diersoorten verdwijnen”, zei Greta. Hier in Nederland merken we dat niet zo – hoogstens klagen we over de extreme hitte in de zomers of het gebrek aan sneeuw in de winters. Op andere plekken in de wereld zijn de gevolgen van de klimaatcrisis echter net zo voelbaar als de gevolgen van de coronacrisis. Mensen raken de landbouwgrond waar ze van leven kwijt door droogte of hun hele hebben en houwen door orkaangeweld. Hun kinderen gaan dood, niet aan corona, maar van de honger. Terwijl zij relatief weinig hebben bijgedragen aan de klimaatverandering waar ze nu slachtoffer van worden, berichtte Oxfam vorig jaar. Pijnlijk.

Waarom doen we hier niks aan? Waarom laten we anderen de rekening betalen voor onze manier van leven? Waarom kunnen we ineens allemaal videobellen en thuiswerken als het om onze gezondheid gaat, maar kunnen we dat niet als het om de gezondheid en het voortbestaan van de aarde als geheel gaat?

Britse en Amerikaanse onderzoekers zeggen nu: ga met de klimaatcrisis niet op dezelfde manier om als met de coronacrisis. Leer van je fouten. Ook bij de klimaatcrisis voelen we niet hoe ernstig de situatie is totdat het te laat is. Net als bij corona moeten we snel en met verregaande maatregelen onze leefwijze veranderen, om de massa-uitsterving van soorten en de opwarming van de aarde in te dammen. Voordat het te laat is.

Het probleem is alleen: we voelen de urgentie niet.

Wij zitten veilig, warm en weldoorvoed in onze huizen. In ons land geen orkanen, onze grond droogt niet zodanig uit dat al ons eten verdort. We voelen het niet. Greta Thunberg wel. Greta is jarenlang depressief geweest omdat ze de wereld kapot zag gaan en niemand iets zag doen.

Greta heeft het gevoeld. Ze heeft het serieus genomen. En nu zorgt ze dat wij het ook serieus nemen.

Meer lezen over de klimaatcrisis? Lees eens een verhaal over het effect van de klimaatcrisis op wereldschaal.

De 5 meest gestelde vragen aan vegetariërs (+ antwoorden)

Morgen is het 4 oktober – dierendag. Een goed moment om het eens te hebben over dieren eten – of beter gezegd: over geen dieren eten. In deze blog geef ik antwoord op de vijf vragen die mij het vaakst zijn gesteld in veertien jaar vegetariër-zijn. Here we go!  

  1. Waarom ben je vegetariër?

Uit principe. Al begon het bij mij met een gevoelsmatige weerzin tegen vlees. Ik dacht: waarom slachten wij een levend wezen, braden we de stukken, eten we die op en vinden we dat normaal? Ik vond het raar. Als je dat geen argument vindt, omdat de mensheid al sinds the beginning of time dieren eet, blijven er echter nog genoeg redenen over om geen vlees te eten, want:  

  • vlees eten is vandaag de dag niet duurzaam en slecht voor de aarde;
  • bijna al het vlees is afkomstig van dieren die opgefokt en mishandeld zijn in de bio-industrie;
  • het is bewezen dat dieren pijn en stress voelen en het is dus ethisch en moreel op zijn minst twijfelachtig is om ze te fokken, slachten en opeten.

Wil je meer weten over redenen waarom mensen geen vlees eten, check dan eens dit goed uitgedachte stuk van Rutger Bregman.  (Als je weinig tijd hebt, lees dan het kopje ‘de redenering die alles veranderde’ of bekijk alleen even de foto’s bij het stuk.)

2. Mis je het nooit om vlees te eten?

Heel eerlijk: nee. Maar ik heb vlees nooit echt lekker gevonden. Er zijn zat mensen die wel hun biefstukje, spareribs of draadjesvlees zouden missen en daarom geen vegetariër worden. Tegen hen zou ik willen zeggen: beperk je vleesinname. Ga een keer in de week naar een slager waarvan je weet dat die duurzaam en met oog voor dierenwelzijn zijn vlees verkoopt en beschouw een avondje vlees eten als een zeldzame traktatie.

3. Krijg je wel genoeg eiwitten binnen?

Daar kan ik kort over zijn: ja. Vegetarisch eten is niet slecht voor je gezondheid. Wel is het slim om je eetgewoonten aan te passen wanneer je stopt met vlees eten, zodat je lichaam het eiwit dat ze eerder uit vlees opnam nu ergens anders uit kan halen. In vlees zit relatief veel eiwit ten opzichte van bonen, noten en groene groente (broccoli, boerenkool, spinazie). Die producten moeten dus een ruime plek krijgen in je dieet. Wil je meer weten over plantaardig eten, check dan de website van het Voedingscentrum eens, die geeft veel praktische tips.

4. Kun je dan nog wel lekker eten?

Jazeker! Zonder lekker eten zou mijn leven echt een STUK minder leuk zijn, dus daar zorg ik wel voor 😉 Ik vind bijvoorbeeld gele curry (van Fairtrade Original) met kokosmelk, bloemkool, aardappels en linzen erg lekker. Of volkoren wraps met broccoli, tomaat en gehakte noten. Of cous cous met aubergine, courgette, fetakaas en dadels. Er zijn ook steeds meer vegetarische en veganistische restaurants, die hartstikke lekker eten verkopen!

5. Vind je dat iedereen vegetariër zou moeten worden?

Ik vind dat iedereen in Nederland veel minder vlees zou moeten eten. De gewoonte om bij (bijna) elke maaltijd vlees te eten, houdt de bio-industrie in stand. De bio-industrie put de aarde uit en behandelt dieren alsof ze geen levende wezens zijn. Ik begrijp niet hoe je het kunt verantwoorden naar jezelf om dit in stand te houden door je eetpatroon. Na het lezen van het stuk van Rutger Bregman en de wijdverbreide conclusie in de wetenschappelijke wereld dat dieren een rijk gevoelsleven hebben, begrijp ik ook niet hoe je überhaupt nog vlees kan eten. Maar die keuze laat ik aan jullie over.

Hoogopgeleide vrouw, dit is waarom je je een bedrieger voelt

Als iemand die nogal perfectionistisch en bang om te falen is, was mijn eerste ‘serieuze’ baan geen pretje. Bij elke stap die ik zette, elke mail die ik stuurde, elke opmerking die ik maakte in een vergadering, vroeg ik me af of ik het wel goed deed. Of ik wel genoeg deed. Ik maakte mezelf zo onzeker dat ik binnen de kortste keren overspannen was. Lekker begin.

Ik was evenwel niet de enige. Bijna iedereen die ik sprak over hun eerste baan nadat ze afgestudeerd was, bleek knetteronzeker te zijn. Een vriendin die psychologie had gestudeerd en kinderen met autisme begeleidde, zei bijvoorbeeld eens: ‘Dan lopen die ouders mijn kamer binnen en komen voor me zitten alsof ik de oplossing heb. Terwijl zij al jarenlang vierentwintig-zeven voor hun kind zorgen. Wat kan ik dan nog doen?’ Ze had vier jaar gestudeerd, maar de praktijk bleek weerbarstig en ze had regelmatig het gevoel dat ze maar wat deed en geen idee had waar ze eigenlijk mee bezig was.  

Dat laatste, blijkt uit onderzoek, is iets waar veel mensen mee te maken hebben. Het heet impostor syndrome, ´oplichterssyndroom´ in het Nederlands. Volgens een theorie uit de jaren ´70, waarin het syndroom voor het eerst beschreven werd, hebben vooral vrouwen hier last van. Aan het syndroom ligt de gedachte “ik heb gewoon geluk gehad, mijn succes komt niet door mijn eigen talent, harde werk of kwalificaties” ten grondslag. Mannen hebben hier minder vaak last van en kennen hun succes vaak wel aan zichzelf toe.

Het is niet gek dat wij, hoogopgeleide vrouwen, last hebben van het gevoel dat we moeten ‘doen alsof’ en dat we niet echt zo intelligent of capabel zijn als het lijkt. Van oudsher wordt de vrouw gezien als meer verzorgend en horend bij ‘thuis’, in tegenstelling tot de man, die hoort bij ‘buiten’ en geacht wordt sterk en succesvol te zijn. Als ik, een vrouw, dus ineens sterk of succesvol ben, voldoe ik niet aan de standaard die de maatschappij mij oplegt, en dat is ongemakkelijk. Voor anderen en ook voor mezelf. In haar boek over vrouwen en succes op de werkvloer, beschrijft Sheryl Sandberg, COO bij Facebook, dat vrouwen die succesvol zijn vaak niet aardig gevonden worden. Een vrouw hoort niet succesvol en daadkrachtig te zijn, maar zacht en volgzaam. Als ze durft te leiden, wordt ze al gauw weggezet als bitch.  

De vraag is nu natuurlijk: wat kunnen we hieraan doen? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik mezelf comfortabel, zelfverzekerd en capabel voel op mijn werk?

In het originele artikel over het oplichterssyndroom beschrijven de onderzoekers verschillende therapieën. Elk van die therapieën is erop gericht om jezelf te leren: “Ik ben intelligent. Ik heb veel geleerd en bereikt. Het is goed dat ik geloof in mijn eigen intellectuele mogelijkheden en mijn eigen kracht” (vertaling GW). Plak het op je spiegel, zet het op het vergrendelingsscherm van je telefoon, zeg het hardop als je wakker wordt. “Ik ben genoeg”.

It is always best to be yourself and let the world catch up. – Glennon Doyle

Verder lezen? ⬇️

Hier vind je het originele artikel waarin het impostor syndrome voor het eerst beschreven werd. Aanrader!

Als je geen tijd of zin hebt om er diep in te duiken, is dit wat easier leesvoer, in het Nederlands of in het Engels.

Het boek van Sheryl Sandberg, de COO van Facebook, heet: Lean in: vrouwen, werk en de weg naar succes.

Racisme zit in ons allemaal. Anti-racist word je zo.

// Recensie van het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume //

In de weken na de dood van George Floyd, eind mei 2020, ontploften mijn sociale media van de berichten over racisme, discriminatie en black lives matter. Racisme is geen gezellig, luchtig onderwerp, dus na een paar dagen begon ik me te irriteren aan alle content over dit onderwerp. Ik zit op sociale media voor m’n ontspanning. Ik besloot dat het tijd was om me op een andere, meer structurele manier te verdiepen in het probleem met racisme dat Nederland vandaag de dag nog steeds heeft. Ik kocht het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume.

Ik was me voor ik dit boek ging lezen niet bewust van mijn huidskleur. Ik ben wit, so what, kleur doet er niet toe, toch? Iedereen is gelijk, toch? ‘Kleurenblindheid’ noemt Nzume dit. Helaas is dit niet iets positiefs volgens haar. Met die zogenaamde kleurenblindheid ontken je namelijk de realiteit: dat huidskleur wél uitmaakt. En zonder erkenning kan geen verandering plaatsvinden.  

Met de illustratie op de voorkant van het boek lijkt de schrijver haar lezers te beloven ze een spiegel voor te houden. Die belofte maakt ze waar. Nzume stelt vragen, geeft voorbeelden en trekt vergelijkingen om ons, witte mensen, bewust te maken van onze eigen huidskleur en de privileges die dit oplevert. En, I have to say, dat is pijnlijk.

Chanel Lodik, een ondernemer die op Instagram veel deelt over racisme in Nederland, heeft boven haar account staan ‘niet voor tere zieltjes’. Ik snap nu waarom, want het doet pijn om je te realiseren dat huidskleur uitmaakt. Ik vind het pijnlijk om me (nu pas) te realiseren wat een bevoorrechte positie ik heb. Daar kan ik niks aan doen, ik heb niet voor mijn witte huidskleur gekozen. Maar het is pijnlijk dat ik bepaalde dingen voor lief heb genomen, die anderen niet net zo gemakkelijk ten deel zijn gevallen. Alsof ik altijd een opstapje had, waardoor ik de bal gemakkelijker in het basket kreeg.

Nu even over de toon van het boek. Die vond ik bij vlagen strontirritant. Nzume komt in sommige zinnen belerend, bijna een beetje denigrerend, over. Alsof wij, witte mensen dom zijn. In de loop van het boek realiseerde ik me echter dat ‘zeuren over de toon waarop een gesprek gevoerd wordt’ (mijn woorden) een manier kan zijn om het gesprek af te leiden van het onderwerp waar het om draait: racisme en discriminatie. Misschien dat het pijnlijke besef dat ik onwetend en stelselmatig bevoordeeld (privileged) ben er wel voor gezorgd heeft dat ik me ging richten op de toon van het boek. Zodat ik niet meer hoefde te luisteren naar de pijnlijke inhoud.

Waarom vond ik dit boek, ondanks de toon, toch zo goed? Begin juni las ik een tweet van Ijeoma Oluo: “the beauty of anti-racism is that you don’t have to be free of racism to be an anti-racist. Anti-racism is the commitment to fight racism wherever you find it, including in yourself”. Dit boek heeft mij geholpen om kleur te zien, mijn eigen kleur te bekennen en onbewust racisme in mezelf te bestrijden. En dat is precies wat ik wilde.